Groesbeek, 13 juni 2010

Het begin van het wedstrijdseizoen moest maar eens gaan beginnen

Het is inmiddels juni en er is vanaf het begin van het seizoen nog geen enkele wedstrijd gereden. De afgelopen weken hebben met name in het teken gestaan van veel klimtrainingen richting de Mont Ventoux begin juni.

Het was wederom goed weer tijdens de wedstrijd in Groesbeek. De afgelopen jaren was het op deze dag telkens erg heet. Al vroeg zat ik in de auto op weg naar Groesbeek. Wouter trainde diezelfde ochtend in de omgeving en zou de verzorging voor zijn rekening nemen.

Om 10.45 klonk het startschot. Door het gemis aan wedstrijdritme deed de eerste ronde al meteen goed pijn. Het is zaak om in de eerste ronde snel plaatsen te winnen en voorin te zitten. Hoe verder naar achteren, hoe meer opstoppingen je tegenkomt. De hoge hartslag vlak na de start deed pijn aan mijn keel en benen. Ik besloot om me niet op te blazen, maar ‘rustig’ mijn ritme te vinden. Ik haalde nog wel de nodige renners in en reed vervolgens al snel alleen.

Op het eerste stuk van het parcours bevonden zich 3 korte maar steile klimmen kort op elkaar. Deze klimmetjes moesten op de macht genomen worden. Een hele andere intensiteit dan waar het klimmen de afgelopen weken om heeft gedraaid. Daarnaast heb ik de afgelopen weken te weinig op de MTB gezeten. Zeker de techniek moet je regelmatig blijven trainen en ook de houding op de fiets is totaal anders dan die op de racefiets.

Ik haalde niemand meer in en werd ook niet meer ingehaald. Ik twijfelde even of er nog wel iemand achter me reed. Dit bleek later gelukkig wel het geval.. De afwisseling tussen klimmen, dalen en veel glooiende stukken zorgde ervoor dat de benen vrijwel niet de kans kregen om op adem te komen. In de meeste afdalingen probeerde is meer snelheid te maken om zo (sneller) naar een groepje voor me te rijden. Ik bleef het betreffende groepje iedere ronde zien maar kwam er niet dichterbij. Ondanks het feit dat ik me probeerde te sparen voelde de laatste ronde toch wel heel erg zwaar. De benen wilde niet echt meer meewerken. Gelukkig had ik in de voorlaatste ronde een gelletje genomen die me nog een kleine opkikker bezorgde.

De aanmoedigingen van Wouter konden ook het verschil niet meer maken. Het halen van de finish bleek het grootste doel te zijn. Uiteindelijk kwam ik na 1 uur en 20 minuten over de streep. Ik voelde meteen dat ik niet leeggereden was, ik voelde me zelfs nog best oké! Om ‘diep te kunnen gaan’ is wedstrijdritme essentieel. Er valt nog veel te winnen de komende weken. Het NK in Zoetermeer halverwege juli lijkt nog even weg maar de komende weken zijn hard nodig om de huidige fysieke conditie op niveau te krijgen.

Groet,
Sven