19-3-2009 - Smaakmakend voorjaar
12-2-2010
Met de installatie van het Platform Duurzaamheid, heeft minister Verburg begin 2010 het startsein gegeven voor de algemene verduurzaming van de hele agro en foodbusiness, zoals dat in het vakjargon heet. Landbouw en voeding wordt verantwoordelijk geacht voor 25 tot 30% van de totale uitstoot aan CO2, dus daar valt wel iets te winnen.
In diverse ketens, ook de biologische, worden door onderzoekers zogenaamde LCA's (Life Cycle Analysis) voor het CO2 verbruik opgesteld: analyses in welk deel van de keten welk CO2 verbruik plaatsvindt en waar op welke wijze bespaard kan worden. Op zichzelf heel nuttig werk, maar deze verengde duurzaamheidopvatting kan makkelijk tot verkeerde keuzes leiden. In de keten van vleesproductie bijvoorbeeld, kunnen forse besparing op CO2 gerealiseerd worden als de omzetting van plantaardige naar dierlijke eiwitten zo functioneel mogelijk verloopt en de dieren zo weinig mogelijk energie verbruiken. Deze twee factoren betekenen: dieren binnen houden op een kleine ruimte (=weinig beweging en dus weinig energieverlies) en voeren met zoveel mogelijk verrijkt krachtvoer (dat ook voor humane voeding geschikt zou zijn). Bij elkaar kan dat tot een reductie van misschien wel 20% CO2 uitstoot leiden.
Uitvoering van deze twee factoren in de praktijk zal leiden tot nog grotere stallen, geen buitenloop, verzwakking van de dieren en het in stand houden van de kiloknaller bij de supermarkt en dus het blijven stimuleren van een intensief veehouderijsysteem dat het ene na het andere probleem over zich afroept.
Waar grote behoefte aan is, zijn LCA's die het hele spectrum van duurzaamheid meewegen en niet alleen focussen op CO2. Dus een combinatie van energieverbruik (en CO2 uitstoot), dierenwelzijn, biodiversiteit, CO2 bindend vermogen van de landbouwgrond, fair trade principes en vervanging door duurzame energie, zoals wind- en zonne-energie.
Eerste studies wijzen uit dat de biologische landbouw in het brede concept van duurzaamheid tot de top behoort. De hoge scores op biodiversiteit en dierenwelzijn zijn onomstreden. In de landbouw wordt verder goed gescoord door afwezigheid van kunstmest en bestrijdingsmiddelen, hogere bindingsfactor van CO2 in de bodem en beter waterbergend vermogen van de bodem.
Daar staan ook minpunten tegenover, zoals de lagere opbrengst per hectare en de lagere eiwitconversie door het gebruik van ruwvoer, maar zolang de meting niet verengd wordt tot uitsluitend CO2, biedt de biologische landbouw de beste totaalscore. Als dat door de consument ook nog eens gecombineerd wordt met minder vlees eten, kan de biologische landbouw krachtig bijdragen aan de gewenste duurzaamheid in de breedste zin van het woord.
