19-3-2009 - Smaakmakend voorjaar

20-8-2010

Er lijkt een einde te komen aan het algemene EU-beleid om alleen zeer beperkt genetisch gemanipuleerde organismen (GGO’s) centraal in de EU toe te laten. Een aantal landen, waaronder Engeland en Nederland, is van mening dat GGO’s onmisbaar zijn om de mondiale bevolkingsgroei op termijn te voeden. En, zo stellen hoge ambtenaren vanuit het ministerie van landbouw, we komen te ver achter te liggen op de concurrentie vanuit de VS en andere landen waar GGO’s wel zonder belemmeringen zijn toegestaan. De EU commissie heeft nieuwe wetgeving gemaakt, die enerzijds de toelatingsprocedure vergemakkelijkt. Individuele EU-lidstaten kunnen een toelating niet langer blokkeren als een wetenschappelijke beoordeling van een nieuw GGO positief is (dwz geen gezondheids- of milieugevaren). Anderzijds kunnen individuele EU-landen wel besluiten om geheel of gedeeltelijk geen GGO toe te staan op hun grondgebied (of een deel daarvan). Een week na de publicatie van deze nieuwe wetgeving is het effect van deze vernieuwing zichtbaar geworden. De commissie heeft 6 nieuwe soorten GGO maïs goedgekeurd.

Het effect van de nieuwe EU wetgeving is dus dat er in hoog tempo nieuwe GGO’s zullen worden goedgekeurd. De individuele EU-lidstaten kunnen nu zelf bepalen welke richting zij kiezen: 1. Toelating van GGO teelten op hun hele grondgebied, 2. Gebieden met en gebieden zonder GGO teelt, 3. Volledig GGO vrije teelt op hun hele grondgebied. Meest waarschijnlijke toekomstscenario is dat er landen en gebieden zullen ontstaan waar GGO teelten zijn verboden en landen en gebieden waar GGO teelten zijn toegestaan.

Hoe ziet het scenario voor Nederland eruit? De Nederlandse overheid is altijd voorstander geweest van GGO teelt. Als nummer twee op de lijst van exporterende voedingslanden wil Nederland ook op het gebied van GGO mee in de mondiale concurrentieslag. Voor de concurrentiepositie van de biologische sector is dit zeer nadelig, want: 1. hogere kosten voor bescherming tegen GGO besmetting, 2. imagoverslechtering ten opzichte van landen en/of gebieden zonder GGO’s, 3. afvallen van een aantal gewassen die nauwelijks tegen GGO contaminaties te beschermen zijn, zoals lijnzaad, koolzaad en maïs.

Het merkwaardige is dat de consument in de EU helemaal geen GGO’s wil. Alle belangrijke merkfabrikanten in Europa weten dat en kiezen daarom GGO-vrije ingrediënten, want GGO op het etiket schrikt af. Ondertussen kruipt de GGO voedingsstroom toch langzaam maar zeker onze voedingsketen binnen. Praktisch al het gangbare veevoer dat aan de gangbare dieren gevoed wordt bevat GGO’s, omdat dit niet vermeld hoeft te worden op het melkpak, het ei of het stukje vlees. Alleen de biologische sector kan nog echt GGO-vrij garanderen, ook omdat het wettelijk verplicht is.

Nu in Engeland ophef is ontstaan over melk en vlees van gekloonde dieren die al in de schappen zou liggen, gaat de strijd tussen het consumentenbelang en het handelsbelang past echt losbarsten.