19-3-2009 - Smaakmakend voorjaar
2-4-2010
Een rapport van ING kondigt de derde industriële revolutie aan met de overstap naar duurzame productie. De aankondiging van deze revolutie eiste in de media al heel wat aandacht op. Met name op voedingsgebied komen grote veranderingen, zo verwacht de ING. Niet alleen dankzij het veranderende bewustzijn van de consument, maar ook omdat het economisch gewoon noodzakelijk wordt. Verwacht wordt dat het op vrij korte termijn gewoon goedkoper wordt om duurzaam te produceren, waardoor bedrijven die investeren in duurzame productie een economisch voordeel gaan krijgen boven bedrijven die dat nalaten. Factoren als toenemende schaarste op het gebied van voeding, energie en water gaan een grote rol spelen. Bedrijven die hun werkwijze aanpassen op de schaarste zullen het best presteren in de toekomst.
Interessant is dat de consument in opkomende landen veel duurzaamheidbewuster is dan de consumenten in de rijke westerse landen, waar het merendeel van de consumptie plaats vindt. In het Westen is de duurzaamheidbewuste consument met 40% nog in de minderheid, terwijl zij in de opkomende landen met 80% in de meerderheid is. Dit hangt samen met het feit dat de mensen in opkomende landen de schadelijke effecten van niet-duurzame productie direct in hun achtertuin ervaren. Deze groep zal een belangrijke invloed gaan uitoefenen, omdat zij niet in de vervuiling van ons consumptiegedrag wil leven.
De komende jaren zal de goedwillende consument overstelpt worden met producten en diensten die over elkaar heen buitelen in duurzaamheid. De overheid biedt daar voorlopig ook alle medewerking aan, want de duurzaamheidcriteria zijn nog zo zacht als boter. Wie z’n personeel laat tekenen dat ze zich lekker voelt op het werk en het energieverbruik iets terugdringt mag zich volgens de Nederlandse maatstaven al duurzaam noemen. Toegegeven, je moet ergens beginnen, maar er is in voedingsland dringend behoefte aan een multifunctionele meetlat, die de werkelijke duurzaamheidprestatie weergeeft en zich ook vertaalt in belastingvoordeel, zoals in de auto-industrie.
De komende jaren zal biologische landbouw en voeding zich gaan manifesteren als de meest multifunctionele duurzaamheidoplossing. Niet alleen beperking van CO2 via minder energieverbruik, groene energie en regionale productie, maar ook gezond, diervriendelijk, biodivers, minder waterverbruik en fair. Met de kostenstijging van niet-duurzame productiemiddelen en fiscale druk op vervuilende productie kan het inderdaad veel sneller gaan de komende jaren.
