Kassla uit Sint-Annaland
Gert van Brakel is biologisch teler in Sint-Annaland. Dat is een dorpje aan een oude kustlijn op het eiland Tholen (Zeeland). In zijn verwarmde kas wisselt hij de zomerse komkommerteelt af met teelten van bladgewassen in de winter.
Vóór de komkommerteelt wordt er gestoomd, omdat sla gevoelig is voor bodemschimmels. Zo hoeven er geen chemische bestrijdingsmiddelen worden ingezet. De slaplanten worden in de periode van eind september tot eind februari gepoot. De teelt duurt 6 tot 12 weken. Gedurende de teelt worden de planten bemest met biologische meststoffen. Soms wordt er zeewier over de planten gespoten om de plant nog sterker, mooier van kleur en beter van smaak te maken.
De grond op het eiland wisselt van klei- tot zandgrond. De kleigrond heeft meer uithoudingsvermogen, wat met name belangrijk is in de laatste fase van de teelt. Het resulteert in een mooie zware krop sla die stevig en goed van kwaliteit is. De zandgrond daarentegen zorgt voor een betere groei in het begin. Echter, het is moeilijk om daar een zware krop sla op te telen.
Sla bestaat voor een groot gedeelte uit water. Daarom is de groente kwetsbaar en kan snel verleppen. Hoe verser de bladeren hoe beter de smaak. Het snijvlak mag niet bruin en vochtig zijn. Na de handmatige oogst wordt de sla daarom direct getransporteerd. Zo krijgt u verse en smaakvolle krop sla!
